Ik ben een Leeuwardense. Een stadsfriezin dus. Wij stadsfriezen spreken geen Fries, wij spreken een taaltje dat wordt verfoeid door échte Friezen. Eigenlijk is het gewoon Nederlands met een Fries dialect en in de oren van een échte Fries klinkt dat minstens even lelijk als het Drents of Zeeuws in de oren van iemand die wél goed Nederlands spreekt. Sorry jongens, maar dat is echt zo.

Dat wil overigens niet zeggen dat het niet een heel grappig dialect is. Gezellig vooral. En ik weet trouwens zeker dat de Drenten en de Zeeuwen en de mensen uit Utrecht of de Achterhoek dat ook van hun eigen dialect vinden.
Eén van de leukste woorden in het stadsfries vind ik: sokken. Hoeken? Sokken!

socks jane

Je loopt door de dierenwinkel, langs de aquaria met goudvisjes en zegt tegen je zus: “Oooh kiek, sokken fien ik leuk!” Wat zoveel betekent als: oh kijk, die vind ik leuk!
Zij komt aangelopen, staart wat niet begrijpend naar de waterbakken en vraagt: “Hoeken?”, jij wijst naar die met die sluierstaartjes en herhaalt: “Sokken!”
Hoeken betekent zoiets als ‘welke’, ‘wat voor’, en sokken: ‘zulke’ of ‘deze, die’.

Ik wou eigenlijk alleen maar zeggen dat de sokken af zijn. Voor m’n zus. In rozensteek deze keer. Ook leuk.

Léia