Archives for posts with tag: Leeuwarden

Ik ben een Leeuwardense. Een stadsfriezin dus. Wij stadsfriezen spreken geen Fries, wij spreken een taaltje dat wordt verfoeid door échte Friezen. Eigenlijk is het gewoon Nederlands met een Fries dialect en in de oren van een échte Fries klinkt dat minstens even lelijk als het Drents of Zeeuws in de oren van iemand die wél goed Nederlands spreekt. Sorry jongens, maar dat is echt zo.

Dat wil overigens niet zeggen dat het niet een heel grappig dialect is. Gezellig vooral. En ik weet trouwens zeker dat de Drenten en de Zeeuwen en de mensen uit Utrecht of de Achterhoek dat ook van hun eigen dialect vinden.
Eén van de leukste woorden in het stadsfries vind ik: sokken. Hoeken? Sokken!

socks jane

Je loopt door de dierenwinkel, langs de aquaria met goudvisjes en zegt tegen je zus: “Oooh kiek, sokken fien ik leuk!” Wat zoveel betekent als: oh kijk, die vind ik leuk!
Zij komt aangelopen, staart wat niet begrijpend naar de waterbakken en vraagt: “Hoeken?”, jij wijst naar die met die sluierstaartjes en herhaalt: “Sokken!”
Hoeken betekent zoiets als ‘welke’, ‘wat voor’, en sokken: ‘zulke’ of ‘deze, die’.

Ik wou eigenlijk alleen maar zeggen dat de sokken af zijn. Voor m’n zus. In rozensteek deze keer. Ook leuk.

Léia

Gister was ik met mijn allereerste beste vriendin, Dini, naar de tentoonstelling Breien in het Fries Museum in Leeuwarden. Eigenlijk moet ik zeggen dat we naar het Fries Museum waren, want behalve het Breien hebben we ook Mata Hari bezocht en Beitske, we zijn in het verzetsmuseum geweest en we hebben het verhaal van Fryslan bekeken.

Maar het ging ons om het breien.

Praten-en-breien

Ik kan wel aardig breien. Zaterdag bij de kapper heb ik nog een sok afgebreid (jammer dat we niet met de trein gingen, want dan had ik nou ook de boord van de tweede sok al klaar gehad), ik ben een prachtige sjaal aan het breien van die nep-angora die ik van de handwerkbeurs heb meegenomen en dan is er nog het cyclaamroze vestje, waarvan het patroon niet klopt en dat ik in de tas had meegenomen om de aanwezige breidames om advies te vragen.

Ik kan dus wel aardig breien, maar wat we daar op die tentoonstelling hebben gezien!!
Echt fantastisch wat ze vroeger vooral maakten: zo fijn, zo prachtig gebreid, zo ongelooflijk! Terwijl wij bedachten dat we die steekjes zelfs met een loep nog niet zouden kunnen zien, was er een slaapmuts, met ingebreide tekst!, gemaakt door een blinde mevrouw…
Mijn breien is overigens in de tas gebleven. Toen bleek dat ik zelfs nog iets meer van breien wist dan die mevrouw die daar zat te adviseren… Ik kom er wel uit, denk ik.

Misschien moet je wel een beetje verstand van breien hebben om de tentoonstelling te kunnen waarderen, maar dat is dan weer leuk aan het Fries Museum; als je hier niks aan vindt, dan ga je gewoon zo’n andere expositie bekijken.

En het museumcafé was ook een plezier! Dini at bûter, brea en griene tsiis. Zag er heerlijk uit! Ik at een tonijnsalade en die was ook om te smullen. En natuurlijk weer die verse muntthee… die hadden ze er ook.

Echt een aanrader, moet je doen, Fries Museum in Leeuwarden.

Léia

Of: Hoe wij niet met de NS in Amsterdam kwamen

Lara en ik gingen gister naar de kapper. In Amsterdam. Lara had 2 kaartjes gescoord bij de Kruidvat (want als je geen kortingskaartjes hebt, kun je sowieso beter met de auto gaan…) en voor de zekerheid vertrokken we een trein eerder dan noodzakelijk. NS hè, je weet maar nooit en je wilt niet te laat bij de kapper aankomen kakken.

station heerenveen.jpg

We hadden het allemaal keurig gepland en stonden netjes op tijd op het perron. Onze trein had vertraging, tja, ijs op de rails… Al snel werd er omgeroepen dat de trein naar Leeuwarden over enkele minuten zou gaan vertrekken. Wij vroegen ons af waarvandaan, want in Heerenveen was de trein naar Leeuwarden nog niet aangekomen…

Gelukkig kwam onze trein wel aan en Lara checkte onmiddellijk de Wifi. Oi, die trein naar Leeuwarden? Die stond vast tussen Meppel en Steenwijk! Daar kwam de conducteur, gekleed in een knalgeel jack en gewapend met een politieriem met heuse handboeien en een holster voor zijn digitale spoorboekje, waar hij met zo’n neppennetje (waar je heus niet echt mee schrijven kan) driftig op stond te tikken. Je kent die dingen wel, waar ze tegenwoordig ook mee aan je deur komen als ze een pakje brengen, en dan moet je daar een handtekening op zetten, die vanzelfsprekend helemaal nergens op lijkt en dus kun je er ook net zo goed een kruisje op zetten, want die handtekening is van nul en generlei waarde!

De conducteur, die dus uit al zijn poriën riep dat er niet met hem te spotten viel, was erg aardig en op Lara’s verschrikte vraag hoe dat nou zat met die kapotte trein, trok hij onmiddellijk zijn apparaatje uit de holster te voorschijn en begon er allerlei morsesignalen op te roffelen. Nee hoor, geen probleem, wij zouden van die trein geen last hebben, we konden er wel langs, en dames, nog een verrassing, deze trein reed vandaag in één keer door naar Amsterdam, dus we konden lekker blijven zitten.

Wat waren wij verheugd. Dat was nog eens een verrassing! Zoiets tref je niet vaak bij de NS. Ondertussen had Lara’s telefoon evenwel hele andere berichten te melden. En ja hoor, nog geen halve minuut later stond de vriendelijke conducteur weer aan onze zijde. Sorry dames, deze trein gaat niet verder dan Steenwijk. Daar pikken we de gestrande passagiers van die kapotte trein op en gaan daarmee terug naar Leeuwarden. Jullie moeten dus uitstappen en wachten op de volgende trein naar Zwolle. Aha en hoe laat zijn we dan in Amsterdam? Ja, té laat natuurlijk! Oh wacht…

Ik krijg net een melding dat de bovenleiding is gesprongen tussen Meppel en Zwolle… Mijn collega roept het zo wel even om… en weg was ie. Letterlijk ten einde raad.

Wij ook. Wat te doen? Ik had visioenen van 1 januari 2014, toen er ongeveer hetzelfde gebeurde toen ik een etentje had in Leiden. Drie storingen verderop en uuuren te laat kwam ik uiteindelijk in Leiden aan…

Ik riep: “We gaan terug! We blijven in deze trein zitten en we gaan terug! Zo gaan we echt niet in Amsterdam aankomen! ”
En dan? Het was zo ongelooflijk mistig dat we vanuit het treinraampje nog geen meter het weiland in konden kijken. Lara wilde met die mist niet autorijden. Ik wel.
We gingen terug, best een angstig ritje nog, want de leiding knetterde en de trein stotterde, maar zowaar, Heerenveen heeft ie gehaald. Op het station belde Lara de kapper om de situatie uit te leggen. “We kunnen nu in de auto springen, maar dan zijn we wel een half uur tot drie kwartier te laat!” Ik moest nog tanken en met die mist… “Kom maar!”, riep de kapper en wij weer in de versnelling.

En wat voor versnelling. Even buiten Friesland viel het enorm mee met de mist en ook met de verkeersdrukte, dus hijgend en puffend stormden we, zelfs nog precies op tijd voor onze afspraak, bij de kapper binnen. Die anderhalf uur op en neer treinen naar Steenwijk (een kwartiertje verderop) had ik dus ook in bed kunnen doorbrengen.

’s Avonds weer veilig thuisgekomen, zaten we met onze mooie haartjes op de bank bij te komen en om 7 uur hoorden we op de radio dat het treinverkeer tussen Zwolle en Meppel (nog steeds!) rekening moest houden met vertraging, vanwege een kapotte bovenleiding. Lekker vlot gerepareerd ook…

Léia

 

 

Vandaag een treinreis gemaakt naar Utrecht. Weer genoeg stof voor een week aan blogberichten! Maar voor nu hou ik het even bij de stiltecoupé…

Toen ik in Heerenveen instapte (de eerste stop na Leeuwarden) zat de trein al bommetjevol. Nou had ik op het perron 2 dames gesproken, waarvan eentje een oud-collega, die al hadden verteld dat ze regelmatig eerste klas zaten als er geen zitruimte meer was in de tweede klas. Dus toen alle mensen van het perron Heerenveen de trein instroomden met van die felle ogen die een stevige stoelenstrijd beloofden, liet ik lekker mijn poepertje in de eerste klas zakken. Toen de conducteur ook nog omriep dat de trein overvol was en dat mensen hun tassen en andere rommel van de stoelen moesten halen, wist ik zeker dat ik daar goed zat. Maar toen hij even later de kaartjes kwam knippen, was ie toch niet zo blij met al die tweedeklassers die de elitecoupé hadden bezet. Volgens hem waren er nog genoeg stoelen en nou vooruit, blijf dan nu maar zitten, maar na Zwolle…

Dus toen station Zwolle naderde, stonden wij allemaal bij de tussendeur te wachten tot de uitstappers in Zwolle gingen opstaan en wij hun plekje konden inpikken. Ik zag dat het 2e klasgedeelte een stiltecoupé was, al trok men zich daar blijkbaar vanwege de drukte ook weinig van aan vandaag. Gelukkig keerde na Zwolle (waar 2 treinstellen werden aangekoppeld) de rust weer terug in de trein. Behalve…

stiltecoupe

in de stiltecoupé. Daar zaten twee Friese docentes gezellig met elkaar te keuvelen. Hoe ik weet dat het Friese docentes waren? Nou, op dezelfde manier als de rest van de coupé het wist: ze spraken zo overdreven luid dat iedereen hun gesprek kon volgen! Hoera voor mijn oud-collega die na een minuut of vijf opstond, op de dames afstapte en hen er heel zachtjes op attendeerde dat ze in de stiltecoupé zaten en of ze hun volume daar even op konden aanpassen. Wat een genot. Tot in Amersfoort.

Daar stapten mijn heldin en haar vriendin de trein uit. Dat was voor de twee Friese docentes blijkbaar het teken om hun vocale prestaties weer op een hoger plan te brengen. Omdat ik het niet te geloven vond dat deze dames ervan uitgingen dat er maar 1 persoon last van hen had, moest ik concluderen dat ze wellicht ‘vergeten’ waren dat ze niet zo moesten schreeuwen. Tot de trein weer stopte en een mevrouw die uit ging stappen even bij hun bankje stilhield om ze er nogmaals op te wijzen dat ze veel te veel lawaai maakten en dat dat in de stiltecoupé domweg niet de bedoeling was. En wat zegt die mevrouw?

“Goed hoor, ik zal er rekening mee houden. Ik denk niet dat ik u ooit weer tegenkom in de trein, maar als dat gebeurt, dan zal ik er zeker rekening mee houden!” De bek viel me open.
De aanspreekdame liet zich zo snel niet uit het veld slaan en probeerde de dames er nog van te overtuigen dat zij vast niet de enige was, wat haar een denigrerend glimlachje opleverde. “Goed hoor…”

stiltestrip

Dat zijn van die momenten dat ik me er bijna voor schaam dat ik ook een Friezin ben.

Léia