Gisteravond was ik aan het lesgeven, toen er een jongeman (Buuf denkt een jaar of 14) aan mijn deur stond, met de allerlelijkste ansichtkaarten, lamezegge kwaliteit Action of Wibra, en die verkocht hij voor het goeie doel: Leukemie bij kinderen, geloof ik.

kika.jpg

Nou heb ik een schoenendoos vól met ansichtkaarten, stuk voor stuk mooier dan die van hem, dus ik zei: “Sorry, maar die kaarten die wil ik écht niet!” Nou, zei het jongetje, ik mocht ook zo wel wat geven… Terwijl ik de kamer inliep om de gebruikelijke twee euro collectegeld te gaan halen, kreeg ik zo’n raar voorgevoel. Ik doe immers de reumacollecte en je hebt geen idee wat een gedoe dat is:
– de collecteweek wordt officieel vastgesteld, aangevraagd bij de een of andere instantie en er wordt in de media ruimschoots aandacht aan besteed;
– aan iedere bus hangt een identiteitskaartje van de collectant, mét daarop een stempel van de gemeente en naam en telefoonnummer van het wijkhoofd (als je het nog niet vertrouwt, kun je altijd even bellen)
– alle bussen zijn verzegeld, zodat de collectanten niets uit de bus kunnen halen en de verzegeling wordt pas bij het wijkhoofd, in aanwezigheid van de collectant, verbroken. De inhoud wordt dan geteld in het bijzijn van de collectant, zodat het wijkhoofd er ook niet mee kan sjoemelen.
En hier stond een jongetje, weliswaar met een bungelend kaartje aan zijn broek (waarschijnlijk gewoon zijn eigen ID-kaart, of misschien ook wel die van een ander, ik heb het in ieder geval niet gecontroleerd) en een leukemie-jasje en heus wel oprecht uitziende verpakte lelijke kaartjes (laten we wel wezen: de kaarten van de mond- en teenschilderclub waren ook niet altijd even geweldig), maar die steekt het geld gewoon in zijn broekzak…

In plaats van de gebruikelijke twee euro, gaf ik er maar eentje. En ik voelde me heel schuldig. Misschien deed hij wel een actie voor het goeie doel voor school ofzo. Daar had ik helemaal niet naar gevraagd tenslotte. En alleen maar omdat het een buitenlands jongetje was, vertrouwde ik het zaakje niet? Schaam, schaam. Ach, dacht ik nog, dit jongetje haalt nu dus maar de helft op van wat een autochtoon jongetje zou hebben binnengehaald. Foei Léia, en jij doet niet aan discriminatie?

Even later stond ik bij de kar van Kaasboer Siebren en daar kwam de buurvrouw aan: “Is dat jongetje zopas ook bij jou aan de deur geweest? Heb jij ook geld gegeven?” Gelukkig had ik in ieder geval nog wel wát gegeven, want om nu te moeten bekennen dat ik een vrek was… Nou, de buurvrouw had het zaakje anders ook niet vertrouwd en was even gaan googlen. Al gauw bleek er oplichterij in het spel en ze was er achteraan gegaan, met haar fototelefoon. Het jochie was een blok verderop in een donkere auto gestapt, bij een blanke man en natuurlijk had ze ook een foto van die auto, mét nummerbord!

En terwijl we haar wilde achtervolgingsavonturen nog even staan te evalueren, stopt er een politie-auto, want natuurlijk had ze ook de politie gealarmeerd. Tja, dan valt er toch wel wat te zeggen voor al die openbaarheid van gegevens, want met de foto’s (even delen) en het nummerbord wist de politie al snel de boosdoeners te achterhalen.

Wat een avonturen, en dat zomaar op een dinsdagavond. Daar heb je toch ook geen televisie meer voor nodig? Naast mij woont gewoon een ‘moordvrouw’!

Léia

Advertenties