Sinterklaasgedichtjes volgens Léia Smit, laatste aflevering.

Nu wordt het tijd om het even te hebben over de maat en het metrum.

Om een gedichtje voorleesbaar te maken, en dan ook nog door familieleden en vrienden die over het algemeen niet zo zijn van het voorlezen van gedichtjes, is het van belang dat ze op maat geschreven zijn. En met op maat bedoel ik niet dat ze de lezer exact passen (want dat is natuurlijk onzin), maar dat de accenten op steeds dezelfde manier geplaatst worden. Net als in de muziek. Je hebt bijvoorbeeld een wals: 1, 2, 3, 1, 2, 3. Met nadruk op de 1.
Een voorbeeld is de al eerder besproken Olleke Bolleke. Nog een voorbeeldje:
Sint die heeft Nederland hoog op zijn lijst
Iets dat op hogere wijsheden wijst…

Natuurlijk kan het ook in tweekwartsmaat: la la la la la la laaa. Iets als:
Ga je morgenvroeg gezwind
naar de kermis toe met Sint?

zwarte_piet_wiedewiedewiet.jpg

Dit soort maatvoering noemen we het metrum. Maar dat mag je meteen weer vergeten.

En als je je daar een beetje aan houdt, dan krijg je ook niet van die merkwaardige (onleesbare) gedichten met afwisselend hele lange en dan weer hele korte zinnen.

Sint zag voor jou
een mooi vest bij de Hema, dat je fijn aan kunt doen tegen de kou
want in de winter in Heerenveen
kun je met de trein of de bus haast nergens heen.

Jongens kom op, dat is toch afschuwelijk? Drs. P draait zich om in zijn graf!
Je vervangt de woorden door la la la la la la la la en dan moet de volgende regel hetzelfde ritme hebben. Dan leest het lekker makkelijk. Klap er eventueel bij of tik op de tafel met je pen of potlood op de lettergrepen waar de klemtoon op ligt.

Ik wou eigenlijk eindigen met een rijmpje, maar er zat even geen rijmsap in mijn bloed. Ik kan überhaupt helemaal niet dichten, alleen met Sinterklaas dan poep ik er achter elkaar wat rijmseltjes uit. En aangezien ik nog geen kadootjes heb gekocht, valt er ook nog weinig te dichten.

Voorlopig wens ik jullie allemaal veel dichtsucces!

Léia

Advertenties