Boze tongen beweerden vandaag dat ik helemaal niet een gedicht kan maken voor een tandenborstel…

Nou, hier is ie!

foto

Lieve M.,

Sint Nicolaas ging laatst naar Emmen
om daar een wilde beer te temmen.
U vraagt zich momenteel vast af:
waarom temt hij niet een giraf?
een zeehond, leeuw of krokodil?
Maar nee, een beer is wat hij wil!

Te paard op weg naar ’t beerverblijf
vloog hem een beest naar ’t vege lijf…!
En na inspectie van zijn bil
bleek het zowaar de krokodil!
“Waarom neem jij van mij een hapje?”
sprak Sint ontdaan: “Dit is geen grapje!”

“Nee,” zei de Krook, “maar ’t is zo fijn,
u smaakt zo zoet naar marsepein!
En sinds ik bij de tandarts kwam,
eet ik alleen nog boterham.
Die dok zei: Krook, onnozel beest,
jouw kiezen zijn er wel geweest!
Na jaren slordig onderhoud
gaat het met je gebit goed fout!”

“Dat” zei Sint, “mag dan wel zo zijn,
maar heus, mijn bil doet vrees’lijk pijn!”
Nou ja, Sint is (zegt men) een man
die dus wat overdrijven kan
Maar dat, als man, per definitie
(die doen ’t allemaal een pietsie).

Toen Krook een traan begon te plengen
wou ’t paard het dier een knuffel brengen.
Maar oh, daar kwam uit Krook z’n bek
een lucht! en paard dacht: “‘k ben niet gek!
Dat beest moet eerst maar eens flink poetsen;
Die bek stinkt erger dan zijn voetsen!”

Dus beste M., een wijze raad
als je met paarden daten gaat:
Kam je haren, was je handen,
hinnik zacht, én poets je tanden!

De Smit

Advertenties