Vanmiddag was ik even bij de AKO. Even een digibox-pakje wegbrengen. Ik had niet zoveel tijd, want dat was mijn enige boodschapje in de stad en ik had dus mooi geen parkeerkaartje gehaald. En natuurlijk is het dan smoordruk in zo’n winkel.

Dat is wel even balen, maar kort daarvoor had ik nog met een oudere heer in de draaideur van de bibliotheek gestaan en daar had die meneer nog een opmerking over gemaakt. Zo’n draaideur draait namelijk niet echt snel, en je staat dan voor en in die deur al gauw te trappelen van ongeduld. Toen die oudere man daar iets van zei, dacht ik: ja.. dat we niet eens even rustig een halve minuut kunnen wachten in een draaideur, dan is het ook wel erg met ons gesteld, toch?

Dus, toen ik de AKO binnenstapte en die lange rij wachtenden voor de balie zag staan, haalde ik even heel diep adem. Rustig blijven, je komt vanzelf aan de beurt, dit duurt ook maar een paar minuutjes… De andere wachtende hadden duidelijk niet in de draaideur van de bibliotheek gezeten, want er werd druk gemopperd.

Ik vind de mensen in die AKO reuzevriendelijk (ik kom er regelmatig een kraslotje halen, of postzegels…) en die kunnen er natuurlijk ook weinig aan doen dat plotseling de hele winkel in één keer vol staat en dat er dan net mensen moeten komen met ingewikkelde pakketjeproblemen. En dat was nu blijkbaar het geval, want ik hoorde een dikke meneer in de rij naast mij mopperig vragen waar nou toch die man was gebleven!? Zó druk en dan was die man niet in de winkel! Dat kon toch niet? In een ‘gewone’ winkel gebeurde zoiets nooit hoor! En die man was ook helemaal niet vriendelijk! vertrouwde hij de mevrouw achter hem toe. Maar dan wel zo dat wij het allemaal konden horen en ook de collega van de AKO-meneer, die zich in het zweet stond te werken om de mensen zo snel mogelijk te helpen. Blijkbaar was hij bang dat hij zijn punt nog niet had gemaakt, omdat niemand erop reageerde, dus hij zei het voor de zekerheid nog maar een keer of 2.

Op dat moment kwam de betreffende winkelmeneer weer ‘van achter’, waar hij waarschijnlijk wat ingewikkelde postzaken moest afhandelen, of om mijn part had ie daar net een kopje thee achterover gemept, want dat moet zo’n man toch ook een keer? De sfeer was echt beroerd. En daar had ik echt geen zin in. Er waren twee rijen en je zult het niet geloven, maar ik stond deze keer in de snelle rij. Dus toen ik vooraan stond, was ik ineens eerder aan de beurt dan die dikke mopperkont. En natuurlijk heb ik de goede man voor laten gaan. Zoals het hoort.

Al gauw was ik toen écht aan de beurt en heel vrolijk en heel vriendelijk vroeg ik aan de mevrouw, die overduidelijk liep te balen van al dat nare commentaar, of ze mijn pakje voor me kon versturen. En daarna heb ik nog even € 15,00 geïncasseerd op een oud kraslot. Ze heeft me deze keer niet heel veel geluk gewenst met mijn nieuwe lot, maar ik weet zeker dat ze zich minder akelig voelde dan daarvoor. Vriendelijkheid is besmettelijk. Niemand wordt minder van een glimlach. Dit in tegenstelling tot dat onheuse gegriep van die sjacherijnige etterbakken. die andere mensen alleen maar het leven zuur willen maken. En meestal met succes.

Het is vreselijk afgezaagd, maar het is nog steeds zo dringend noodzakelijk: Jongens, laten we toch een beetje lief zijn voor elkaar (en ook voor onszelf dus). Dan wens ik jullie allemaal een fijn weekend!

Léia

Advertenties