Het gaat nog niet zo goed met mijn productiviteit. Ik ben vandaag wel aan het werk geweest, wat dingetjes afgehandeld, mailtjes beantwoord, plannetjes besproken, belastingzooi gearchiveerd, maar toch zo’n dag dat je denkt: wat heb ik nou eigenlijk al die tijd gedaan?

En toen kreeg ik telefoon. Van een meneer die een prachtig plan had om mijn website te promoten op google. Dat kunnen ze tegenwoordig allemaal. Eerst heb ik het geprobeerd met een systeem van de Heerenveense Courant, leverde niks op, toen met Alle Bedrijven in Heerenveen, nog minder resultaat en nu doe ik iets met DTG. Ook nog weinig van gemerkt, maar het voordeel hier is wel dat je centraal dingen op internet zet en dat gaat dan automatisch naar allerlei zoekprogramma’s. Ik had bijvoorbeeld nog maar net vermeld dat ik Mrs. Smith goes Dutch was begonnen en toen kwam ik dat verhaaltje zomaar ergens op een willekeurige zoeksite tegen. En ik heb een gratis workshop (heel interessant) gevolgd. Maar goed, telefoontje dus.

Dat soort telefoongesprekken beginnen altijd met een heel geïnteresseerde vraag, of misschien wel een paar heel geïnteresseerde vragen. En wat die meneer niet zo goed in de gaten had, was dat ik over die vragen die hij stelde, even goed na moest denken. “Hoe groot is het gebied waar u uw klanten vandaan haalt?” Tja, met Mrs. Smith is dat gebied behoorlijk uitgebreid, had ik nog niet over nagedacht. “Als ik dat en dat google, dan vind ik nog niks”. Nee, dat kan, ik ben nog bezig met de website en eigenlijk wil ik eerst even kijken wat mijn deelname aan de IWCN oplevert. Misschien is het wel niet zo nodig dat ik er speciaal voor ga adverteren, want die expats gebruiken waarschijnlijk eerder het IWCN dan het internet om Nederlandse les te zoeken. En terwijl ik zo met die man aan het praten was, kreeg ik mijn plannen en mijn verwachtingen en mijn doelstellingen weer eens duidelijk op een rijtje. Natuurlijk had ik er eerder wel over nagedacht, maar omdat ik nu concrete cijfers en antwoorden gaf, werd mijn eigen plaatje weer mooi helder.

Nou vond ik het wel een prettig gesprek. Niet dat hij erg veel zei; zo’n gesprekje mag niet al te lang duren, dan moet je wel iets verkocht hebben en steeds als hij daar over begon, vertelde ik over mijn ervaringen en verwachtingen van wat hij mij te bieden had en dat ik daar nog niet aan toe was. Hij deed weer een suggestie, of stelde een vraag en ik stak weer van wal. Het werd steeds stiller aan de andere kant. Op een gegeven moment merkte ik dat mijn verhaal hem allang niet meer boeien kon en waarschijnlijk was hij even met zijn vriendin aan het appen. Ik wilde nog zeggen dat hij wellicht niet zoveel kon met mijn verhaal, maar hij was me te snel af en kapte het gesprek af. Mijn tijd zat erop. “Ik stuur u wel even een mailtje…”

In dat mailtje stond letterlijk: Contactgegevens: de naam des jongenmans en een telefoonnummer.

Ooooh, dacht ik, wat handig! In plaats van je te laten vervelen door allerlei zakelijk geouwehoer van de een of andere louche verkoper, gebruik je zo’n telefonade om hem te vervelen met voor jezelf weer eens even op een rijtje te zetten waar je mee bezig bent en waarom je ook weer van dat aanbod van hem niet gebruik gaat maken. Dat had ik nou net even nodig.

foto

Thuisgekomen heb ik even zitten schommelen met mijn breiwerkje en toen heb ik Getting Things Done (David Allen) maar weer eens uit de kast gerukt. Toen ik dat boek voor het eerst las, was ik razend enthousiast en heb ik drastisch mijn hele leven beter georganiseerd. Wellicht is het daar nu wel weer een goed moment voor. Met dank aan die jongeman, wiens naam ik heb opgeslagen in het mapje ‘reclame’.

Léia

Advertenties