Weer een latertje. Vandaag was ik bij m’n zus en die ziet er helemaal geen probleem in om ’s avonds om 10 uur nog even met mij een wandje in de slaapkamer te gaan behangen. Vooruit dan maar weer met die geit. Het papier is tenslotte geduldig en het behang was van vinyl… Haar bed staat weer te plak (zoals wij dat in Friesland zeggen), maar deze keer in een volkomen behongen kamer.

Toch is het raar. Hoewel ik heel wel in staat ben om fatsoendelijk Nederlands te spreken, zodra ik met mijn zuster in gesprek ben (of aan het behangen) gaan we onmiddellijk over in het Leeuwarders, als rechtgeaarde Stadsfriezinnen. Geen nieuw verschijnsel, want vroeger thuis werden wij weliswaar in keurig ABN opgevoed, maar zodra één van mijn ooms de deur opende, ging mijn moeder ook automatisch over in het Leeuwarders en viel ze knetterhard door haar keurige mandje.

En nu zit ze in Drenthe, mijn zus. En dan zitten we in de tuin te praten over wie ze door het huis hoort ‘skaaien’. Dat is vast geen woord dat ze hier kennen in Drenthe. Net zo min als: Waarom hevve jou je skunen uutdeen? En zeker niet: Ik bin uut’e liken. Zoals ik nu…

Morgenavond rij ik weer naar huis. En ik wil het wel eerlijk bekennen: zodra ik onderweg dat bord passeer met dat rode pompeblêd erop, dan glimlach ik even. Drenthe is wel mooi hoor, en lekker rustig, en met veel bomen, maar voor mij is Friesland toch echt ‘mien thuus’.

En als ik dan weer thuis ben, dan moet ik als een haas met m’n website aan de gang. In het Engels dus…

Leia
(en gelukkig weten de Engelsen direct hoe je mijn naam moet uitspreken…)

Advertenties