Zomaar 3 dagen geen blog. Is het avontuur gestopt? Nee, allerminst, het leven zit vol avontuur! Soms zit alleen het ene avontuur het andere even in de weg.

Zo niet bij Stewey. Gelukkig mogen kleinpoezen bij oma altijd meer dan ze thuis mogen. Want ja, eindelijk mooi weer in Nederland, wat zeg ik: zómer in Nederland, en Stewey en ik zaten in huis te smoren van de hitte, met alle ramen en deuren vrijwel hermetisch afgesloten. Op een gegeven moment ben ik stiekem door het keukenraam naar buiten gekropen, maar toen ik een kussen uit de schuur ging pakken om me lekker op mijn schommelbankje te nestelen, hoorde ik de kleine Stew al klaaglijk schreien bij de achterdeur. Dat kon oma’s hart niet verdragen, dus ik klom weer terug door het keukenraam en heb voor de poes een tuigje in elkaar geknoopt. Wat was die kleine blij zeg! We gingen samen wandelen in de tuin en hij keek z’n oogjes uit tussen al die plantjes. Vooral de vogeltjes intrigeerden hem, want de kleine Stewey is een echte panter in wording. Net toen we weer in huis wilden gaan, stond daar tante Janie op de stoep. Nou, die was écht niet van plan om binnen te gaan zitten. Ze kwam juist even genieten van mijn paradijselijke tuin, die ze op haar flatje en zeker met dit weer ongelooflijk moet ontberen. Maar mijn knutseltuigje kon haar goedkeuring volstrekt niet wegdragen.
Dus eergister, alweer zo’n zomerse dag, kwam ze weer langs met een prachtig, rood, goedgekeurd poezentuigje. Met een lang koord eraan. Dat lange koord is wel eens wat lastig, want Stewey kruipt en sluipt door en om alle takjes en stengeltjes heen, dus binnen vijf minuten heeft hij de halve tuin verruïneerd en moet ie weer losgeknoopt worden. Inmiddels is ie er ook al aan gewend dat het koord wat korter blijft en komt ie gezellig bij ons liggen.

Verder houdt oma zich overigens netjes aan alle voorschriften:

En zelf ben ik woensdagmorgen ook begonnen met de eerste stap in een nieuw avontuur. Mensen die slecht tegen tandartsverhalen kunnen, die mogen nu afhaken. Karin, ik zie je morgen weer.
Woensdag om 10 voor 11 had ik een afspraak bij de kaakchirurg, want stap 1 van mijn gebitsrestauratie zou het trekken van een slechte bovenkies zijn. Eigenlijk moest ik daar een wortelkanaalbehandeling, maar die was al een jaar uitgesteld en 2 versleten noodvullingen later was de helft er spontaan afgebroken. Herstel zou meer dan 500 euro gaan kosten en gezien de twijfelachtige staat van de wortelen, kon de tandarts niet voor het resultaat instaan. Nou, als ik dan toch een frame ga krijgen, hang die kies er dan ook maar bij aan. Dan heb ik de eerste 500 euro voor dat frame alvast uitgespaard. Dacht ik zo.

Ik ging blijgemoed naar de kaakchirurg. Een aantal jaren geleden heb ik een allervreselijkst tandartsendrama gehad, dat verhaal zal ik jullie besparen (en mezelf, want die herinnering haal ik liever niet meer op), maar de kaakchirurg is toen mijn reddende engel geweest. Blijgemoed dus. De assistente vroeg me nog: bent u hier al eerder geweest? Waarschijnlijk omdat ik me gedroeg alsof ik iedereen er kende en het volste vertrouwen had. Ja, of net andersom bedenk ik nu achteraf. Misschien dacht ze wel: die mevrouw is zo vrolijk, die is hier zeker nog nooit eerder geweest…

Doek over het hoofd en drie flinke spuiten in m’n kaak gejast. Doet even zeer, maar daarna voel je ook helemaal niks meer van de behandeling. Ja, je merkt natuurlijk wel dat ze aan alle kanten aan je hoofd zitten te rukken en te trekken en te breken en te boren en te duwen en te wrikken en te scheuren… Maar al gauw viel er iets op mijn tong, die ik netjes naar buiten stak om het gevallene aan de assistente te presenteren. Het leek op een kies en ik dacht ook dat dat hem was. Maar de behandeling was nog niet klaar, blijkbaar wilde een wortelpuntje de strijd niet zomaar  opgeven. “Het gaat niet zo gemakkelijk”, sprak de chirurg: “maar de tandarts heeft u natuurlijk ook niet voor niets naar het ziekenhuis doorverwezen”. Nee, zoiets dacht ik al ja. “We gaan even van de zijkant boren, want zo krijgen we hem er niet uit”. Ja, best, ik voel toch niks. Hoewel, terwijl de kaakchirurg een boor ging zoeken in zijn gereedschapskist, ging mijn tong even langs het sloopterrein. Verrek! Ik voelde daar heel duidelijk een half afgebroken kies! Hij zal toch niet de verkeerde eruit getrokken hebben? Ja hoor, dacht ik, dat heb ik weer! Nou, ik zie het ook allemaal wel, eerst deze maar, er is nou toch niks meer aan te doen. Nadat de klus geklaard was, kreeg ik tot mijn verbazing de kies die op mijn tong geland was, overhandigd in een plastic zakje. Het was niet de kies, het was een vulling! Van de kies ernaast. “Ja”, zei de chirurg: “die moet wel heel los gezeten hebben, want ik kwam er nauwelijks tegenaan en toen knapte hij er al uit”. Dus daarom leggen ze zo’n lap over je kop heen. Om je de schrikreactie te besparen van zo’n kaakchirurg als ie per ongeluk de schamele restanten van je nog gezonde kiezen aan het verwoesten is!
“U moet er direct even mee langs de tandarts gaan, want daar gaat u last van krijgen!” Ja hoor, ik wel. Eén klein probleempje: ik kon natuurlijk niet meer praten. M’n halve gezicht was verlamd en m’n kaak zat zo vast als een huis. Nou, probeer dan maar eens uit te leggen aan zo’n secretaresse dat je met spoed hulp nodig hebt. “Bent u alleen naar het ziekenhuis geweest?”, vroeg ze bezorgd. Nou heb ik altijd een heel vrolijke afdronk van verdovingen, dus ik lalde, voor zover dat lukte, heel trots: “Ja hoofff, nips ame hamp”. “Kunt u morgen om 20 voor 11?” “Ja, maaw u moeput weh eeff opssfffrijve, wampat haak niep ompouwe”. “Bent u met de auto?” “Jaaaa, maawik wij heeeeel langssfffaam…” “Dat zou ik maar doen ja!”

Ik ben veilig thuisgekomen met mijn vulling in een zakje en een fles chloorspoelwater @ € 5,10 die ik zelf moest betalen (goddank was m’n salaris eindelijk binnen), maar dat spoelen was niet zo’n succes, met name voor die afgebroken kies. En hónger! ’s Avonds heb ik een hele zak soep leeggegeten, want kauwen was natuurlijk absoluut geen optie. Aan de linkerkant heb ik al geen onderkiezen meer en de rechterkant was die ochtend vakkundig onttakeld… Die grappige assistente zei nog dat ik even een weekje met de andere kant moest kauwen. Wat er ook gebeurt, die humor blijven ze gewoon houden.

Slecht geslapen, pakje pijnstillers later, weer bij de tandarts op de stoel met mijn plastic zakje stevig in de hand.
Waarom gooien ze je hier niet gewoon een doek over je kop? Wat zag die man er onthutst uit toen hij de ravage in mijn mond aanschouwde. “Wie heeft die kies getrokken? Heeft u ook antibiotica meegekregen? Tja, ik weet niet of dat nog lukt. Het moet eigenlijk een wortelkanaalbehandeling worden, maar dat wil u niet.” Gelukkig kon ik alweer wat praten: “Nee, ik dacht gister ook al: trek die er dan meteen ook maar uit…”. Zucht, steun, zucht, zacht gekreun. Nee, ik niet hoor, de tandarts! “Ik ga eerst maar eens een foto maken”. Welja, ik zag eruit als een ouwe toverkol en toch maakten ze de ene foto na de andere van mijn zwaar gehavende hoofd. Wachten. Er was iets met het ontwikkelapparaat. Nog meer wachten. Het duurt even, want hij moest opnieuw opgestart. Eindeloos wachten. En ondertussen ik maar denken: Wat als die kies niet meer op te bouwen is? Eruit? Kan ik weer naar het ziekenhuis zeker. En dan straks op vakantie zonder kiezen. Nou, dan maar annuleren, want als ik niet kan eten, dan ga ik niet op zo’n dure cruise. De foto was klaar. Nog meer zuchten en steunen. Nou, hij ging het proberen, maar het was niet best en hij gaf er bij voorbaat al geen garantie op. Hoppa, weer een spuit in m’n bek. Ja sorry, maar ik voelde me ook net een ongegeven paard. En nogmaals, waarom leggen ze je bij de tandarts niet een doek over je hoofd? En nu dan omdat ik soms onder de douche nog minder water over het hoofd gespetterd krijg! Er werd flink geboord en geplakt en gemetseld en geslepen en gepoetst, nog steeds onder hevige uitingen van gezwoeg en gezucht. En nog steeds van de tandarts ja.

Maar zowaar, het lijkt weer op een kies. Al mag ik er eigenlijk niet mee kauwen, want sterk is het bouwsel niet…

Hoewel ik van de behandeling weinig heb gevoeld, was ik heel verdrietig. Eigenlijk wilde ik graag een enorm potje janken. Dus ik ging maar boodschappen doen, want ik was bang dat als ik naar huis zou gaan, dat ik dan een enorm potje zou gaan zitten janken. Thuisgekomen met een ananas, een mango, een bakje aardbeien, 4 appels, een netje sinasappels, een tros bananen en een meloen, heb ik eerst maar eens een fijne smoothie gemaakt.
Ach, en met Stewey samen op het schommelbankje genietend van de zomer en die frisse traktatie, viel het allemaal best wel weer mee.

Morgen weer verder met het andere avontuur. Ik heb een fantastisch mooie tafel op de kop getikt…

Leia

Advertenties