Donderdag schreef ik nog in mijn dagboek: “Het is eindelijk zomer. Ik zit te genieten in de schaduw van mijn fantastische eikenboom, op mijn schommelbankje, in het traditionele korte spijkerrokje (dat ik weliswaar nauwelijks meer dicht krijg, maar eerder is het geen zomer).”  Wat was het fijn. Even.

Maar ik ben allergisch voor de warmte. Echt, ik krijg acuut ‘een zwaar hoofd’. Dat is nog net geen hoofdpijn, maar dan moet ik wel heel erg gaan oppassen. Zeker niet in de brandende zon gaan zitten, regelmatig koelen (kop in de koelkast werkt al prima), en rustig aan doen.

En laat dat nou net niet in mijn planning passen… Ik wilde schoonmaken en schuren en dozen versjouwen en het plafond verven en de tuin onderhanden nemen! Paracetamol biedt weinig soelaas, evenmin als ibuprofen. En ik werd vannacht om de haverklap wakker, alleen maar om te constateren dat mijn hoofd nog steeds niet van plan was om mee te gaan werken aan een vrolijke, actieve dag.

meer van lenten

Dit is het terras van Het Meer van Lenten in Terhorne

Bah. Er zit niets anders op. Een terrasje onder een grote parasol, liefst ergens bij het water, waar nog zo’n lekker windje je huid verkoelt, liptonice met een schijfje citroen en een luchtige jurk.
Gelukkig is dit Nederland. Voor je het weet regent het weer pijpestelen en kan ik fijn mijn plafonnetje witten….

Léia

Je zit op je fiets, flink door te trappen tegen de wind in, en plots word je ter linkerzijde ingehaald door een ANWB-echtpaar op leeftijd, vrolijk keuvelend naast elkaar, hun Human Nature fleece jasjes achter hen aan wapperend…

fietsstel

E-bikes. Ja, als je naar Drenthe gaat en je hotel levert E-bikes, dan ga je lekker een heel eind door de bossen en over de hei crossen (zal mij niet gebeuren of nog een flink eind van het hotel verwijderd is de accu van mijn fiets leeg…). Maar zo in de stad, een beetje andere hardwerkende niet zo heel jonge, zwoegende werklieden voorbijfietsen alsof jij nog zo lekker fit bent, dat is gewoon valsspelen.

Wacht maar tot ik een scooter bij elkaar heb gespaard…

Léia

Ik ben een Leeuwardense. Een stadsfriezin dus. Wij stadsfriezen spreken geen Fries, wij spreken een taaltje dat wordt verfoeid door échte Friezen. Eigenlijk is het gewoon Nederlands met een Fries dialect en in de oren van een échte Fries klinkt dat minstens even lelijk als het Drents of Zeeuws in de oren van iemand die wél goed Nederlands spreekt. Sorry jongens, maar dat is echt zo.

Dat wil overigens niet zeggen dat het niet een heel grappig dialect is. Gezellig vooral. En ik weet trouwens zeker dat de Drenten en de Zeeuwen en de mensen uit Utrecht of de Achterhoek dat ook van hun eigen dialect vinden.
Eén van de leukste woorden in het stadsfries vind ik: sokken. Hoeken? Sokken!

socks jane

Je loopt door de dierenwinkel, langs de aquaria met goudvisjes en zegt tegen je zus: “Oooh kiek, sokken fien ik leuk!” Wat zoveel betekent als: oh kijk, die vind ik leuk!
Zij komt aangelopen, staart wat niet begrijpend naar de waterbakken en vraagt: “Hoeken?”, jij wijst naar die met die sluierstaartjes en herhaalt: “Sokken!”
Hoeken betekent zoiets als ‘welke’, ‘wat voor’, en sokken: ‘zulke’ of ‘deze, die’.

Ik wou eigenlijk alleen maar zeggen dat de sokken af zijn. Voor m’n zus. In rozensteek deze keer. Ook leuk.

Léia

Muizelien. Ik moest net haar foto een naam meegeven, en het werd Muizelien. Lekker origineel.

muizelien

In februari, vrijwel direct na de handwerkbeurs in Zwolle, breide ik dit schattige muizenkind. Gauw oogjes gekocht en een roze knoopje voor haar jurkje en die lagen in een papieren zakje naast haar op tafel te wachten. Al maanden. Zo’n vergeten klusje.

Vandaag zou ik het plafond in de kamer gaan schoonmaken (dat ben ik ook nog steeds van plan hoor) en dus moest de tafel leeg. Muis en haar papieren zakje lagen op mijn hand. De spanning steeg…. Het was nú of nóóit!

Ik rende naar boven, naald en draad gezocht, en een kwartiertje later zat muis vrolijk op het hoekje van de tafel in het rond te kijken. Muizelien.

Die stomme vergeten klusjes ook altijd… Op de een of andere manier kom je er pas aan toe als je er écht geen tijd voor hebt…

Léia

Vanmorgen waren we een boottochtje aan het plannen. Ik heb het er in mijn blog ontbijtzeilen al eens over gehad; ieder jaar gaan we met de CNCH (mijn ontbijtnetwerkclub) een keertje heel vroeg zeilen met Kees Koppenaal en zijn vrouw Marjan, in hun prachtige Helsingor boot.

kees boot

Inmiddels hebben we bij de club ook wat nieuwe leden en eentje wilde wel het water op, maar niet scheef… En zeilboten gaan nog wel eens scheef. “Welnee joh,” riep ik: “dit is een hele grote mooie boot en zo scheef gaat die niet”. Ik rende naar de dichtstbijzijnde computer en googelde even op “Kees Koppenaal Helsingor” en tot mijn opperste verbazing leverde die combinatie geen enkele foto van Kees, en maar eentje van de boot. Voor de rest waren het foto’s van andere CNCH-leden (deels op die boot) en een paar van mij… Van mijn bureau, van mijn eimetkaasenabrikozenjampannenkoek en zelfs eentje van mij in bed, knuffelend met de hond!

Oi! Ik heb me wel eens afgevraagd waarom ik nog steeds regelmatig bezoekers kreeg op mijn blog, terwijl ik de laatste tijd niet zo vaak meer schreef, maar dat is het dus! Al die foto’s waren afkomstig van mijn blogs… En een deel van de foto’s was gelinkt aan Hotel Heidehof, waar ik me op dat moment bevond…

Ik heb niets te verbergen en de dingen die ik op mijn blog zet, ja, die zijn ook gewoon bedoeld om te lezen, maar van zo’n foto van mij in bed met een slapende hond ernaast krijg je toch een ander beeld als je het uit de context haalt.
Ik weet het, daar moet je beter over nadenken. En laat ik daar nou weer eens geen zin in hebben?! We moeten tegenwoordig zo oppassen wat we zeggen, schrijven, op de foto zetten, of op een blog… Niet dat we iets verkeerds doen, maar je weet nooit wat de mensen ervan maken. Nou, ze maken maar. Zolang er nog mensen zijn die het gewoon leuk vinden, wil ik graag gewoon kunnen zeggen wat ik kwijt wil.

high tea

Ik moet toch verdorie gewoon kunnen laten zien dat ik leef, met alles wat daarbij hoort. Ja toch?

Léia

 

Tijdens mijn lunchpauze streek ik even neer bij de vijver voor ons pand, omdat het daar een gekwaak was van jewelste. Jammer genoeg staakte de herrie vrij snel wanneer ik in de buurt kwam en zag ik alleen nog kikkertjes in perfecte schutkleur over het eendenkroos hippen. Toen ik wegliep, begon de herrie weer aan te zwellen. Ik vond het gek, want die vijver is alleen gescheiden van een nogal drukke doorgangsweg, door een miezerig heggetje en daar trekken ze zich dan niks van aan….

Kikkers hebben dus blijkbaar slechte oren, maar ze zien je wel met die bolle oogjes. Ik trok me daarom terug achter een bosje om ze te kunnen bespieden. Er was namelijk iets vreemds met die kikkers. Ze maakten een raar geluid. Ja, tussendoor was er ook wel gewoon wat gekwaak, maar voor het grootste deel was het een luidruchtig gereutel.

Het duurde niet heel lang voor ik ontdekte dat die bijna onzichtbare springertjes tussen dat eendenkroos ofwel net óp, of juist van een ander kikkertje áf sprongen. En dat merkwaardige gereutel, dat moet iets van een paringszang geweest zijn. Een kikker maakt dus een gigantische klereherrie als hij bezig is op een ander kikkertje te wippen, maar o wee als je ernaar kijkt…. dan klaptoediemond.

kikkers

Het is niet om aan te zien, het horen vergaat je en ik kan er nu ook maar beter over zwijgen.

Laten we het er maar op houden, dat zelfs de psyche van een kikker wel eens wat in de war is, maar dat hij in ieder geval nog wel wat meer te melden heeft dan “kwak”.

Bijzonder, natuur.

Léia

PS: niet te geloven, het is me gelukt een filmpje op youtube te downloaden!

Ik hou niet van smartlappen. Gewoon niet. Maar vanmorgen ging ik even ‘It takes two’ terugkijken bij uitzending gemist. Niet het hele verhaal, maar ik wilde wel even de liedjes horen, want ik vind dat een leuk programma. Een van de weinige.

De eerste aflevering had ik al verbaasd geluisterd naar Hans Klok, die waarempel een ware volkszanger bleek. Maar eigenlijk was ik vooral nieuwsgierig naar Ruben Nicolai, want die vind ik gewoon superleuk. Voordat Ruben aan de beurt was, eerst Hans Klok.

hans klok

Die zong, samen met Glennis Grace (voor haar doen bijzonder ingetogen): Niemand laat zijn eigen kind alleen. Natuurlijk ken ik dat lied, want ik ga al best lang mee, maar nog nooit eerder heb ik er zo om zitten huilen. Dat zegt iets over Hans Klok misschien, maar ook vooral over mijn eigen gemoedstoestand.

Mijn vader overleed toen ik 7 was, daar kon ie niks aan doen, maar de vader van mijn kinderen, die is nog steeds ‘ergens’. Alleen niet voor hen. En ik denk wel eens dat dat voor hen nog veel moeilijker is dan het voor mij was, want immers, hun vader heeft ervoor gekozen om zijn kinderen in de steek te laten.

Niemand laat zijn eigen kind alleen… Nou, sommigen wel. En ik zal dat nooit begrijpen. Het zijn fantastische kinderen, die zich, ondanks het gemis van een vader, hebben ontwikkeld tot leuke, verantwoordelijke volwassenen, met allebei een fijne relatie. Maar hun pijn, dat je vader gewoon niet meer naar je omkijkt, die voel ik altijd met ze mee.

kids

Vandaar de tranen. Goed geraakt Hans! Ik hoop dat hij het ook gehoord heeft. Of dat ie dit leest. En huilt.

Léia